Krabbendijke, Hervormde Kerk
Hervormde Kerk - Dorpsstraat

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Krabbendijke -

Kerkgebouw
Bij de bouw van een nieuwe Hervormde Kerk in Krabbendijke werd de preekstoel en wandborden uit de oude kerk overgenomen. Het huidige gebouw werd op 26 april 1914 in gebruik genomen. Het betreft een ontwerp van architect S. de Koning.
In 2008 is de bliksem ingeslagen in de torenspits. De schade die dit veroorzaakte aan de spits en elektriciteit, is in 2009 verholpen.

Orgel
Na de bouw van de Hervormde Kerk in Krabbendijke werd in 1915 aan Pieter van Dam opdracht gegeven een nieuw orgel te bouwen. Het werd een mechanisch kegellade orgel met pneumatische registertractuur. Dit is een van de eerste orgels van Van Dam geweest waarbij het beproefde mechanische sleepladesysteem werd verlaten.

De oorspronkelijke dispositie van het Van Dam-orgel (1915):

Hoofdwerk:
Bourdon
Prestant
Viola di gamba
Holpijp
Octaaf
Roerfluit
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
II-III sterk
IV sterk
8 voet

Bovenwerk:
Flute Dolce
Viola di Gamba
Salicionaal
Fluit
Aeoline
Fugara


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet

Pedaal:
Aangehangen



 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'’’
Pedaalomvang: C-f'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische
kegelladen/pneumatische registertractuur

Waarschijnlijk in de jaren ’50 of ’60 van de vorige eeuw is de Viola di Gamba 8’ van het hoofdwerk afgezaagd tot een Quint 3’. De Aeoline 4’ van het bovenwerk werd gewijzigd in een Nasard 3’.
Rond 1980 hebben de Gebroeders Van Vulpen het instrument gewijzigd. Hierbij zijn de kegelladen vervangen door mechanische sleepladen. In 1975 waren er plannen om al het pijpwerk van het bovenwerk te behouden, met uitzondering van de Viola di Gamba 8’ en de Salicionaal 4’. Hiervoor in de plaats zouden een Sesquialter en een Dulciaan komen. Uiteindelijk werd het bovenwerk vrijwel geheel vernieuwd, waarbij uitsluitend de Fluit 4’ uit de dispositie van 1915 terug te vinden is. De Prestant 8’ en Quint 3’ van het hoofdwerk zijn vernieuwd en daarnaast is een Octaaf 2’ bijgeplaatst. Het pedaal is aangehangen, alhoewel in de kas ruimte aanwezig is voor een te realiseren vrij pedaal.

De dispositie van het Van Dam-orgel (1915) sinds ca. 1980:

Hoofdwerk:
Bourdon
Prestant
Holpijp
Octaaf
Roerfluit
Quint
Octaaf
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-III sterk
IV sterk
8 voet

Bovenwerk:
Gedekt
Fluit
Roerquint
Gemshoorn
Flageolet
Vox Humana


8 voet
4 voet
3 voet
2 voet
1 voet
8 voet

Pedaal:
Aangehangen



 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'’’
Pedaalomvang: C-f'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

 

Geraadpleegde literatuur

Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel I Noord- en Zuid Beveland
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974

Met dank aan
P. Bron
J. Goud

 

- Terug naar de top van deze pagina -