Middelburg, (voormalig) Doopsgezinde Kerk
Voormalig Doopsgezinde Kerk
- Hoogstraat

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Middelburg -

Kerkgebouw
In 1592 werd er aan de zuidzijde van de Hoogstraat naast de Stadsschuur een zeepziederij in gebruik genomen.
In 1629 werd dit gebouw aangekocht ten dienste van de Doopsgezinde gemeente en een jaar later werd het gebouw tot kerk ingericht.
In 1889 werd een pand aan de Lange Noordstraat aangekocht. In de tuin van dit huis werd een
nieuwe kerk gebouwd. Het oude kerkgebouw aan de Hoogstraat is daarna vele jaren in gebruik geweest bij het Leger des Heils totdat het in 2007 is overgenomen door
Theater Productiehuis Zeelandia.

Eerste orgel
Het oudste pijpwerk van het huidige orgel in de Doopsgezinde kerk in Middelburg stamt uit een huisorgel - waarschijnlijk gebouwd door Jacob Francois (vader) en/of Jacobus Johannes (zoon) Moreau, orgelbouwers te Rotterdam. Het bouwjaar wordt geschat op ca. 1740.

De oorspronkelijke dispositie van het Moreau? - orgel (ca. 1740):

Bovenklavier:
Prestant disc.
Holpijp
Prestant
Roerfluit
Octaaf
Cornet
Kromhoorn


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
III sterk
8 voet

Onderklavier :
Holpijp

Fluit
Woudfluit


8 voet
4 voet
2 voet

 

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Bovenklavier-Onderklavier?
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-e’’’
Stemming: Eeenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

In 1833 werd na lang beraadslagen tussen een huisorgel van A. de Landmeter uit Oostkapelle (vermoedelijk thans in de Torenkerk te Gapinge) en een orgel van een zekere Johannes Bos uit Goes dit laatste instrument aangekocht door de Doopsgezinde Kerk te Middelburg. De aankoopsom bedroeg f260,- Bij de overplaatsing in 1833 voegde stadsorgelmaker F. van der Weele 2 stemmen toe (Quint 3’ en Mixtuur II-III sterk bascant) en een voetpedaal met omvang C-c. Daarnaast werden twee nieuwe blaasbalgen geleverd. Het werk werd gekeurd door J. de Kanter Phillipszoon en Cornelis le Roy, organisten van respectievelijk de Oostkerk en Nieuwe Kerk in Middelburg. Laatstgenoemde weigerde echter rapport uit te brengen en het instrument te bespelen bij de ingebruikname. Het orgel werd op 22 juli 1833 in gebruik genomen met een bespeling door C. van Vije, organist van de voormalig Waalse Kerk. Als organist werd Jacobus Johannes de Kanter benoemd voor een vergoeding van f50,- per jaar.

De dispositie van het Moreau? - orgel (ca. 1740) vanaf 1833:

Bovenklavier:
Prestant disc.
Holpijp
Prestant
Roerfluit
Quint
Octaaf
Cornet
Mixtuur basc.
Kromhoorn


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
III sterk
III sterk
8 voet

Onderklavier:
Holpijp

Fluit
Woudfluit


8 voet
4 voet
2 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Bovenklavier-Onderklavier?
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-e’’’
Pedaalomvang: C-c
Stemming: Eeenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

Verdere wijzigingen werden uitgevoerd in 1842. Nadat de werkzaamheden in de Waalse Kerk door de firma Lohman ongunstig waren beoordeeld, werd besloten de opdracht te gunnen aan de firma Preuninger & Mennes uit Brigdamme bij Middelburg. Georg Laurens Preuninger en J.A. Mennes waren leerlingen van Lohman, die zich in 1840 met hem in Middelburg vestigden. Enkele maanden na hun vestiging in Middelburg namen de twee medewerkers echter ontslag en gingen met z'n tweeën verder.
Bij de werkzaamheden in de Doopsgezinde Kerk moesten de Cornet en Kromhoorn 8’ van het bovenklavier wijken voor respectievelijk een Gemshoorn 2’ en een Dulciaan 8’. De Roerquint 3’ van het benedenklavier werd ingeruild voor een Woudfluit 2’.

De dispositie van het Moreau? - orgel (ca. 1740) vanaf 1842:

Bovenklavier:
Prestant disc.
Holpijp
Prestant
Roerfluit
Quint
Octaaf
Gemshoorn
Mixtuur basc.
Dulciaan


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
III sterk
8 voet

Onderklavier:
Holpijp

Fluit
Woudfluit


8 voet
4 voet
2 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Bovenklavier-Onderklavier?
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-e’’’
Pedaalomvang: C-c
Stemming: Eeenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

Tweede orgel
In 1850 voerden de orgelbouwers W.H. Kam & H. van der Meulen te Rotterdam dusdanig veel wijzigingen uit aan het orgel, dat kan worden gesproken van nieuwbouw met gebruikmaking van ouder pijpwerk, de klaviatuur, pedaal, de windlade van het bovenklavier en delen van de abstractuur. Er werd een nieuwe kas gebouwd met een vierkant front met drie boogvelden. De windlade van het onderklavier werd vervangen door een nieuwe en uitgevoerd als bovenwerk. Hier werden een Viola di Gamba 8’ en Salicionaal 4’ bijgeplaatst. Op het hoofdwerk werd een nieuwe volledige prestant 8’ en een octaaf 4’ gedisponeerd. De Mixtuur van Van der Weele en de Gemshoorn 2’ van Preuniger & Mennes werden verwijderd.

De oorspronkelijke dispositie van het Kam & Van der Meulen-orgel (1850) met gebruikmaking van ouder pijpwerk:

Hoofdwerk:
Prestant
Holpijp (I)
Octaaf
Roerfluit (I)
Quint (II)
Octaaf (I)
Dulciaan (III)


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
8 voet

Bovenwerk:
Holpijp (I)
Viola di Gamba
Fluit (I)
Salicet
Woudfluit (III)


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet

Pedaal
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-e’’’
Pedaalomvang: C-c
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

I = ca. 1740
II = 1833
III = 1841

 

In 1854 plaatste W.H. Kam twee jaar na het overlijden van zijn compagnon een Eoline 8’ als doorslaand tongwerk in plaats van de Dulciaan 8’ op het hoofdwerk. Het is bijzonder dat dit register thans nog aanwezig is: er zijn tegenwoordig nog maar vier van deze bijzondere exemplaren in heel Nederland te vinden. In de plaatselijk voormalig Waalse Kerk is het gelijksoortige register uit 1850 in 1940 verloren gegaan.

De dispositie van het Kam & Van der Meulen-orgel (1850) met gebruikmaking van ouder pijpwerk vanaf 1854:

Hoofdwerk:
Prestant
Holpijp (I)
Octaaf
Roerfluit (I)
Quint (II)
Octaaf (I)
Eoline 8'


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
8 voet

Bovenwerk:
Holpijp (I)
Viola di Gamba
Fluit (I)
Salicionaal
Woudfluit (III)
 


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet

Pedaal
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-e’’’
Pedaalomvang: C-f’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

I = ca. 1740
II = 1833
III = 1841

 

In 1857 voegde Kam een Gemshoorn 8’ toe aan het bovenwerk. Verder werden de oude klavieren vernieuwd en een nieuw pedaal met een omvang van C-c’ geplaatst.

De dispositie van het Kam & Van der Meulen-orgel (1850) met gebruikmaking van ouder pijpwerk vanaf 1857:

Hoofdwerk:
Prestant
Holpijp (I)
Octaaf
Roerfluit (I)
Quint (II)
Octaaf (I)
Dulciaan (III)


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
8 voet

Bovenwerk:
Holpijp (I)
Viola di Gamba
Gemshoorn
Fluit (I)
Salicet
Woudfluit (III)
Eoline 8'


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
8 voet

Pedaal
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Ventiel op Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-f’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

I = ca. 1740
II = 1833
III = 1841

 

In 1890 werd het pijpwerk gebruikt door Bakker & Timmenga voor een orgel in de huidige Doopsgezinde kerk.


Tekening ©: Archief Doopsgezinde Gemeente Walcheren       

 

Geraadpleegde Bronnen

Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974

Orgelarchief J.H. Kluiver

Met dank aan
J. Zondervan

 

- Terug naar de top van deze pagina -