Middelburg, Evangelisch Lutherse Kerk
Protestantse Kerk
(Evangelisch Lutherse Gemeente) - Zuidwal

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Middelburg -

Kerkgebouw
In 1617 werd aan de Lutheranen te Middelburg een pakhuis aan de Suikerpoort afgestaan, waarvan het bovendeel tot kerk werd ingericht. Het was een klein langwerpig gebouw met een spitse gevel. Na een brand in 1673 werd dit gebouw wel verbeterd maar toch voldeed het niet aan de behoeften van de groeiende gemeente.
Op 24 november 1737 werd dan ook besloten een nieuwe kerk aan de Zuidsingel te bouwen. Op 20 mei 1742 werd de nieuwe kerk aan de zuidzijde van het Molenwater (waar het terrein van het voormalige pesthuis was) in gebruik genomen. Nog geen maand na de opening bleek de kerk te klein te zijn en werd het goedgevonden om "1 of 2 bogten agter de kerk te laten maeken".
Tot op de dag van vandaag is dit kerkgebouw in gebruik bij de Evangelisch Lutherse Gemeente. Een poging van Napoleon om de kerk tot hospitaal te bestemmen werd gelukkig verijdeld. Rechts van de ingang is een gedenksteen ingemetseld ter ere van de architect van de kerk: Jan de Muynck.

Orgel
Het orgel van de Lutherse Kerk werd tussen 1706 en 1707 gebouwd door Johannes Duyschot en zijn zoon Andries voor de oude Lutherse kerk in de Spuistraat.. Het werd een mechanisch eenklaviers orgel met 9 stemmen en een aangehangen pedaal. Het snijwerk op de kas werd vervaardigd door de Middelburgse beeldhouwer Karel Milet, evenals het lampet onder het hoofdwerk, dat geschonken werd door de familie Van Helsen. De beide engeltjes op de hoeken van de kas waren bij overplaatsing in '42 al aanwezig en dus zeer waarschijnlijk ook van Milet. Hun geringe afmeting wijst uit dat tussen orgel en gewelf in de oude kerk weinig ruimte over was. Uit een oude beschrijving kunnen we opmaken dat het orgel in het oude kerkje boven de preekstoel was geplaatst, het plafond was 'hemelsblauw geschilderd met een vergulde zon en maan en bezaaid met een menigte sterren'.

De oorspronkelijke dispositie van het Duyschot-orgel (1707):

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Pedaal:
Aangehangen


 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: kirnberger III
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

 

 

 

 

Na verplaatsing van het orgel naar de nieuwe kerk aan de Zuidsingel in 1742, werd het door stadsarchitect Jan de Muynck aan de nieuwe omgeving aangepast. Het grote beeld van koning David dateert uit die tijd. Beeldhouwer Gerard de Grendel heeft dit vervaardigd, evenals het lofwerk en de fraaie consoles onder de torens van het Rugpositief.
Het orgel werd in het jaar van overplaatsing door de orgelbouwers Hendrik Hartman Batz en Albertus van Os uitgebreid met een rugpositief. Daartoe werd de oorspronkelijke in de balustrade geplaatste kast met achterkantbespeling getransformeerd tot een hoofdkast met de klaviatuur aan de voorzijde in de nieuwe onderbouw. De ventielkast werd naar de voorzijde van de windlade verplaatst en de mechanieken werden vernieuwd, de blaasbalgen werden opnieuw beleerd. Het nieuwe rugpositief werd  voorzien van windtoevoer, windlade en mechanieken, maar er werd slechts ιιn register, de Prestant 4' geplaatst. Voor betere verhoudingen werd de oude kas (het hoofdwerk) verbreed.

 De dispositie van het Duyschot-orgel (1707) vanaf 1742:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Rugwerk:
Prestant


4 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk basc./disc.
Tremulant

`

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

In 1754 werd het Rugwerk door Johann Caspar Mόller belangrijk uitgebreid: een Holpijp 8', Fluit 4', Octaaf 2', discant dubbel en een Sesquialter op dit rugwerk. Hij reviseerde tevens het hoofdwerk en de blaasbalgen.

De dispositie van het Duyschot-orgel (1707) vanaf 1754:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Rugwerk:
Holpijp
Prestant
Fluit
Octaaf
Sesquialter


8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
II sterk

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant

`

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: kirnberger III
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

In 1761 werd door G. Steevens een klavierkoppel, gedeeld in bascant en discant geplaatst. Steevens was namelijk in Middelburg voor de bouw van het orgel in de Engelse Kerk.
Tussen 1754 en 1790 plaatste waarschijnlijk N.F. Nadorp een Prestant 8' discant op het rugwerk en zeer waarschijnlijk gelijktijdig een Mixtuur en Dulciaan 8'.

De dispositie van het Duyschot-orgel (1707) vanaf 1790:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./Vox Humana 8' disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Rugwerk:
Prestant disc.
Holpijp
Prestant
Fluit
Octaaf
Mixtuur
Sesquialter disc.
Dulciaan
 


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
II-III sterk
II sterk
8 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk basc./disc.
Tremulant

`

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: kirnberger III
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

 

In 1822 werd een in 1717 toegevoegde Vox Humana 8' discant van orgelbouwer Moreau vervangen door een Trompet 8' discant, zodat deze Trompet weer compleet werd.
In de loop van de tijd onderging het orgel nog enige wijzigingen. Zo werden in 1912 een Gamba 8' en een Voix Celeste 8' op de plaats van de Dulciaan 8' en Mixtuur van het rugwerk geplaatst.

 De dispositie van het Duyschot-orgel (1707) vanaf 1912:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Rugwerk:
Prestant disc.
Holpijp
Viola di Gamba
Voix Celeste 
Prestant
Fluit
Octaaf
Sesquialter disc.
 


8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
II sterk

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk basc./disc.
Tremulant

`

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

 

In 1927 bood A.S.J. Dekker aan het orgel te vernieuwen maar hier was gelukkig geen geld voor bescihkbaar. Onder leiding van adviseur Jan Zwart werd het orgel hersteld en voorzien van een nieuwe windmotor. Het werd in 1928 opnieuw in gebruik genomen.
Bij de restauratie in 1965 is de oude dispositie van het rugpositief weer teruggebracht door plaatsing van een nieuwe Mixtuur en een Dulciaan. Dit werk werd uitgevoerd door de firma Van Leeuwen uit Leiderdorp. Onder andere het klavier werd hierbij vernieuwd. Het hoofdwerk is op ιιn register na (Trompet disc. 8' gebouwd door V.d. Weele in 1822) nog zoals Duyschot het bouwde. Het Duyschot-orgel werd op 30 oktober 1965 opnieuw in gebruik genomen.
In 1994-1995 werd de restauratie van het orgel voltooid door de firma Van Vulpen uit Utrecht. Nu het orgel in de historische Kirnberger III-stemming is gezet is dit orgel weer in oude luister hersteld. Ook het pedaalklavier werd vernieuwd.

 De dispositie van het Duyschot-orgel (1707) sinds 1995:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Octaaf
Fluit
Quint
Octaaf
Mixtuur basc./disc.
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet

Rugwerk:
 
Prestant disc.
 Holpijp
 Prestant
 Fluit
 Octaaf
 Mixtuur
 Sesquialter disc.
 Dulciaan


8 voet
 8 voet
 4 voet
 4 voet
 2 voet
 II-III sterk
 II sterk
 8 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk basc./disc.
Tremulant

`

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c’
Stemming: kirnberger III
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

Zie pagina Discografie en onderstaande Youtube-opname van organist Gustav Leonhardt

Koororgel
In 1983 bouwde Bram de Wolf te Middelburg, samen met zijn broer een klein pijporgel, waarbij ze werden begeleid door Loek van Nes. Het pijpwerk is grotendeels van Walcker afkomstig, verkregen via de firma Elbertse. De firma Stinkens heeft dit pijpwerk van nieuwe hoeden voorzien. De intonatie van het orgel is verricht door Kees Nijsse, intonateur van de firma Stinkens.
Het zaagwerk van de deurtjes is naar ontwerp van Fons Gieles vervaardigd door Theo Slangen.
Na zijn aanstelling als organist van de Evangelisch Lutherse Kerk in Middelburg, kwam het instrument rond 2000 in de Evangelisch-Lutherse kerk te staan.

De dispositie van het De Wolf-orgel (1983):

Manuaal:
Holpijp
Gedekte Fluit
Woudfluit


8 voet
4 voet
2 voet

 


 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-d’’’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerelateerde nieuwsberichten

2013/03/04 Evangelisch Lutherse Kerk Middelburg verkocht

2010/12/22 Eerbetoon aan organist Leen de Broekert

 

Geraadpleegde Bronnen

Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974

Unger, W.S. (1943)
De Monumenten van Middelburg
Maastricht, uitgeverij Leiter-Nypels (1943)

Met dank aan
P. Bron
B. de Wolf

 

 

- Terug naar de top van deze pagina -