Noordwelle, Dorpskerk
Protestantse Kerk -
Ring 1

- Orgeloverzicht -

Kerkgebouw
De 14e-eeuwse kerk te Noordwelle, gewijd aan de Heilige Cornelius, met zijn omstreeks 1450 gebouwde toren werd in 1576 in brand gestoken tijdens een belegering door Staatse troepen van Spaanse soldaten. Deze hadden zich in de kerk en vervolgens in de toren verschanst. Bij deze brand werd het koor met de grond gelijk gemaakt.
De toren werd uiteindelijk pas in 1754 herbouwd en kreeg toen zijn achtkante bovenbouw.
Omstreeks 1625 werd het koor herbouwd. Dit heeft nog dienst gedaan als school waartoe aan weerszijden, laatstelijk in 1892, lokalen waren aangebouwd.
Bij de in 1966 gereed gekomen restauratie van de kerk werd het thans als winterkerk in gebruik zijnde koor weer in de oorspronkelijke staat gebracht.

Orgel
In 1865 werden plannen ontwikkeld voor de verwerving van een eerste orgel voor de Dorpskerk te Noordwelle. Aanvankelijk is overwogen het te koop staande orgel van de Rooms Katholieke kerk te Zierikzee (thans sterk gewijzigd en uitgebreid in de Petruskerk te 's-Heer Arendskerke) aan te schaffen. Daarna kreeg orgelbouwer C.G.F. Witte te Utrecht gelegenheid een plan op te stellen. De kerkvoogdij vond hem echter te duur. Uiteindelijk werd in 1867 besloten aan de fa. Flaes en Brnjes te Amsterdam opdracht te geven voor de bouw van een nieuw orgel waartoe in mei van dat jaar een contract werd gesloten. Dit instrument, dat n van de laatste is dat gebouwd werd onder de gezamenlijke firmanaam en f2.600 kostte, werd op 10 mei 1868 in gebruik genomen met een bespeling door de heer Ezerman te Zierikzee. Het orgel werd geplaatst boven de uit 1754 daterende kansel opdat geen zitplaatsen op het daartegenover gelegen balkon verloren behoefden te gaan. Het instrument had de volgende dispositie en was daarmee identiek aan het eveneens in 1868 door deze orgelbouwers voor de Hervormde kerk te Beets gebouwde orgel.

De oorspronkelijke dispositie van het Flaes & Brunjes-orgel (1868):

Hoofdwerk:
Prestant
Octaaf
Quint
Octaaf
Cornet disc.


8 voet
4 voet
3 voet
2 voet
IV sterk

Nevenwerk:
Holpijp
Salicionaal
Roerfluit

8 voet
8 voet
4 voet
Pedaal:
Aangehangen aan hoofdwerk

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Nevenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-c
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade/pneumatische kegelladen

Omstreeks 1900 is op de plaats van de Cornet een Bourdon 8' op het Hoofdwerk geplaatst. De twaalf grenenhouten pijpen, die het groot octaaf van deze Bourdon vormen, werden op twee dwarsgeplaatste pneumatisch hulplaadjes geplaatst. Voorts werd de Salicionaal op het Nevenwerk verplaatst naar het Hoofdwerk waarvoor de Quint 3 moest wijken. Op de vrijgekomen plek in het Nevenwerk kwam een Viool 8'.

De dispositie van het Flaes & Brunjes-orgel (1868) vanaf ca. 1900:

Hoofdwerk:
Prestant
Bourdon
Salicionaal
Octaaf
Octaaf


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
2 voet

Nevenwerk:
Holpijp
Viool
Roerfluit

8 voet
8 voet
4 voet
Pedaal:
Aangehangen aan hoofdwerk

 

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Nevenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-c
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade

In 1962 werd het orgel door de fa. Van Vulpen te Utrecht gedemonteerd, in verband met de kerkrestauratie. In september 1964 plaatsten zij het orgel weer terug maar nu op de galerij aan de westzijde tegenover de kansel. Zij brachten in de laden een verende sleepconstructie met systeemringen aan, hebben het mechaniek van nieuw vilt voorzien en herstelden het dak van de kas en pijpranden. Een plan om de Salicionaal door een Quint 1 1/3' te vervangen werd niet uitgevoerd.
Het orgel werd, merkwaardigerwijs met uitsluiting van de kas, in 1991 tot monument verklaard.
In 2011 zijn de balgen gerestaureerd door de firma A. Nijsse & Zoon.


Situatie 1868-1962
Foto : Collectie P. Sevestre


 

Geraadpleegde bronnen

Contract in Archief Kerkvoogdij Noordwelle, Archief Gemeente Schouwen-Duiveland

T. den Toom, De Orgelmakers Witte, blz. 1168 en 1382

Ceacilia, 1868, blz. 109.

Kluiver III, blz. 103-104.

"De Mixtuur", nr. 11 (oktober 1973), blz. 201; nr. 27 (februari 1979), blz.646-648.

 

Zie ook de literatuurlijst met betrekking tot Schouwen-Duivelandse orgels van P. Sevestre

 

Informatie en foto's op deze pagina, tenzij anders vermeld: P. Sevestre

 

- Terug naar de top van deze pagina -