Poortvliet, Hervormde Kerk
Hersteld Hervormde Gemeente Poortvliet - Noordstraat 14

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Poortvliet -

Kerkgebouw
De toren van de Hervormde Kerk, voor de Reformatie in 1578 gewijd aan de Heilige Sint Pancratius, dateert uit de 13e eeuw. Na een grote brand in 1584 of 1585 is de kerk weer opgebouwd maar vermoedelijk nooit in de volledige oude luister hersteld. Gelijktijdig is een nieuwe torenklok aangekocht uit Middelburg.
Vermoedelijk midden 18e eeuw wordt het koor van de kerk afgebroken en wordt het schip afgesloten met een wand waartegen de preekstoel uit 1645 wordt geplaatst. De kerk is vervolgens in 1778 en 1804 gerestaureerd. Bij eerstgenoemde restauratie zijn de initialen van aannemer en metselaar in de wand boven de preekstoel aangebracht.

Orgel
Gegevens over een vroeger orgel in de Hervormde Kerk van Poortvliet zijn ons niet voor handen. Mogelijk heeft er voor de Reformatie wel een instrument gestaan maar dat moet dan vermoedelijk rond 1578 of kort erna verloren zijn gegaan. Men stelt het in Poortvliet gedurende de 16e tot en met 18e eeuw met een voorzanger.
Begin 19e eeuw wordt echter toch de behoefte gevoeld aan een orgel maar de Poortvlieters zijn niet zo rijk dat zelf zo'n duur instrument kunnen betalen. Echter in 1804 blijkt Abraham Dumont, koopman uit Amsterdam en schoonzoon van de Poortvlietse ambachtsheer Christoffel Gaaswijk, bereidt om geld te schenken voor de aanschaf van dit instrument.
Orgelbouwer Abraham Meere uit Utrecht heeft de opdracht gekregen om het eenklaviers orgel te bouwen, waarmee hij in maart 1805 is begonnen. Het is een relatief bescheiden instrument geworden met één klavier en aangehangen pedaal (met een omvang van slechts één octaaf), maar het is wel van goede kwaliteit. De kleine orgelkas en de bijzonder lage plaatsing van de speeltafel aan de achterkant doen een beetje suggereren dat het om een rugwerkkas van een groter orgel gaat, maar toch lijkt het erop dat Meere het orgel helemaal nieuw voor Poortvliet heeft gemaakt.
Volgens overlevering heeft Abraham Dumont het orgel niet zonder voorwaarden gefinancierd: als het zes weken achter elkaar niet zou worden bespeeld, had de familie het recht het instrument weer terug te eisen. Een dergelijke conditie is in het archief niet teruggevonden, aldus J.H. Kluiver. Muziekmeester Louis Guillaume Milet de Saint Aubin (1778-1820) werd aangesteld als eerste organist en hij bespeeld het orgel bij de ingebruikname op 26 juni 1806. Dominee ter Braak preekte in deze dienst over psalm 150 vers 1a en 4b: “Looft God in zijn Heiligdom met het orgel”, daarbij telkens afgewisseld met toepasselijke muziek door organist Milet de Saint Aubin. In de Boekzaal der Geleerde Wereld werd over deze dag opgetekend: "Na eene beknopte en zaakelijke opheldering van dit lied en de woorden thans uit hetzelve gekoozen sprak zijn weleerwaarde over de betamelijkheid van Gods lof, de verplichting om denzelven in het openbaar en gemeenschappelijk in zijn heiligdom te vermelden. Vooral omdat ook te doen met het orgel; en dit verschafte zijn weleerwaarde gelegenheid om de nuttigheid der toonkunst en de bijzondere geschiktheid van het orgel ter regeling van het kerkgezang aan te tonen, hetwelk dan ook door het spelen van een muzijkstuk zeer aangenaam bevestigd wierd; zijn weleerwaarde vervolgde verder te spreken over het vermogen welk het orgel heeft tot opwekking van een waar godsdienstig gevoel, hetwelk door het zingen van Ps. XL:2 met het orgel vergezeld gestaafd wierd, alsmede ter roering van het hart en wijziging van deszelfs aandoeningen door de onderscheidene uitwerkingen welke het Adagio, Allegro en Andante voortbrengen bij het zingen van Ps. LXXIX:4 Ps. XCVII:7 en Ps.LXXXXIX:7. In de toepassing wierd de gemeente opgewekt tot het vermelden van de lof des Heeren en daarbij gezongen Ps. CV:1,2. Waarop gepaste aanspraken, aan de edelmoedige schenkers, leeden der commissie tot den eeredienst en kerkemeesteren volgden."

Dispositie van het Meere-orgel (1806):

Manuaal:
Bourdon disc.
Prestant
Holpyp
Fluyttraver disc.
Octaef
Fluyt
Quint
Octaef
Waltfluyt
Sexquialter disc.
Carljon disc.
Mixtuur bas/disc.
Trompet bas/disc.

 


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
II sterk
III sterk
III-V sterk
8 voet

Pedaal
Aangehangen

 

Werktuiglijke registers:
Tramblant
 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-d’’’
Pedaalomvang: C-f
Stemming: Gereconstrueerde stemming volgens Meere
Toonhoogte: a’ = 427,5 Hz
Tractuur:
 mechanische sleeplade

Meere heeft het orgeltot 1826 in onderhoud gehad, drie jaar later is Charles Verbeke uit Gent een keer bij het orgel geweest. Daarna kwam tot 1845 ene Heijblom en tot 1857 E. Cranenburg.  In de periode 1858-1881 tekenden orgelmaker C.J. Rogier uit Bergen op Zoom en organist J. Gelderblom voor het onderhoud. In de jaren '80 van de 19e eeuw werden enkele kleine reparaties uitgevoerd door G. Mennes uit Brigdamme bij Middelburg en daarna werd het onderhoud opgedragen aan de firma Van der Kley te Rotterdam. In de loop van de jaren zijn uitsluitend de 12 grootste pijpen van de Bourdon 16' disc. vernieuwd, een koor van het Carillon verdwenen en de toonhoogte van het orgel is gewijzigd door het insnijden van stemrollen.
In 1967 werd het orgel gerestaureerd door de firma S.F. Blank uit Herwijnen waarbij de oude Bourdon-pijpen werden gereconstrueerd, de samenstelling van het Carillon werd hersteld, de oude stemming van het orgel werd hersteld en de spaanbalgen zijn vervangen door magazijnbalgen. De stemming van het orgel bleek niet evenredig zwevend te zijn maar een soort overgangsstemming met reine, enigszins zwevende en sterk zwevende quinten. Willem Hülsman adviseerde bij de restauratie. Sindsdien klinkt het uitzonderlijk fraaie orgel weer zoals het in 1806 moet hebben geklonken.

Zie pagina Discografie

Geraadpleegde bronnen

Kluiver, J.H. (1976)
Historische Orgels in Zeeland, deel III
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1976

Met dank aan

J. de Graaf

- Terug naar de top van deze pagina -