Vlissingen, Grote- of Sint Jacobskerk
Protestantse Gemeente - Oude Markt 2

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Vlissingen -

Kerkgebouw
De toren en het lage koor van de Grote- of Sint Jacobskerk werden mogelijk gebouwd tussen 1304 en 1308. De huidige vorm van de kerk ontstond aan het begin van de 16e eeuw zodat het gebouw een zogenaamde hallenkerk werd met brede zijbeuken en een groot dwarsschip.
Bij de overgave van Vlissingen aan de Prins van Oranje in 1572 werd de kerk voor de protestantse eredienst ingericht.
Op 5 september 1911 werd de monumentale Grote- of Sint Jacobskerk grotendeels verwoest bij een grote brand. Het gebouw werd wel hersteld maar veel oude, kostbare meubels waren verloren gegaan.
De Sint Jacobskerk heeft veel te lijden gehad van de Tweede Wereldoorlog in Zeeland (1940-1944) en de Watersnoodramp van 1 februari 1953. Het kerkgebouw werd hersteld in de periode 1953-1954 en in 1997-1998 werd de kerk nog een keer grondig gerestaureerd. Bij deze laatste restauratie werd ook het interieur opnieuw ingericht waardoor het gebouw ook voor andere doeleinden dan uitsluitend erediensten geschikt is.
In 2008 werd herdacht dat de kerk 200 jaar bestond.

Eerste orgel
De Grote- of Sint Jacobskerk kreeg in 1690 zijn eerste kerkorgel sinds de Reformatie. Na veel tegenwerking door de kerkeraad werd door Cornelis Ramault dan toch uiteindelijk een (vermoedelijk ouder orgel) geleverd. Op een van de pijpen van de fluit is namelijk de aantekening "Cornelis Ramault 1685 Frankenhause" aangetroffen. Waarschijnlijk werd het instrument dus gebouwd voor een kerk in Frankenhausen in Saksen of Thόringen in Duitsland. Het orgel werd te Vlissingen geplaatst op een balkon boven de toreningang.

De dispositie van het voormalige Ramault-orgel (1685):

Manuaal:
Holpijp
Prestant basc./disc.
Fluit
Quint
Prestant
Octaaf
Cornet disc.
Tertiaan
Trompet basc./disc.


8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
1 voet
III sterk
II sterk
8 voet

 

 

 

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant

 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = 440 Hz ?

 

 

Bij de bouw van een nieuw orgel werd daarbij het pijpwerk van het Ramault-orgel gebruikt. De kas van het orgel bleef intact totdat het ten onder ging bij de kerkbrand van 1911.

Tweede orgel
In de loop van de 18e eeuw werd de aanwezigheid van een groter orgel in de Sint Jacobskerk steeds dringender. Echter, steeds was de financiering het struikelblok. Door middel van belastingen en vrijwillige bijdragen was uiteindelijk toch voldoende geld bijeen voor de aanschaf en jaarlijkse onderhoud van het een nieuw orgel.
De bouw van het instrument werd gegund aan Albertus van Os. Hij realiseerde een orgel met 29 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal dat gebouwd werd in het koor van de kerk, dus tegenover het
Ramault-orgel. Tijdens de bouw deden er al geruchten de ronde dat het een slecht instrument zou worden. Van Os kreeg de opdracht bij de bouw materiaal uit het oude Ramault-orgel te gebruiken. De orgelkas werd gemaakt door Jakobus de Vriend en beschilderd door Joseph Belderok.
Organist J.W. Lustig uit Groningen keurde het orgel maar was erg negatief. Vrijwel alles vertoonde gebreken; niet alleen wat volgens bestek gebouwd was maar ook het ontwerp van het orgel zelf. Zo was het front te breed in verhouding tot zijn hoogte en hij twijfelde of de balgen de voorgeschreven 40 graden winddruk zouden leveren. Van Os wilde echter geen windmeter ter beschikking stellen om dit te controleren...
De Middelburgse organist Willem Lootens gaf commentaar op het rapport van Lustig maar was erg welwillend tegenover Van Os. Toch moest Lootens toegeven dat de loden pijpen gevaar liepen te verzakken maar de winddruk week volgens Lootens niet meer dan 2 graden af van de voorgeschreven 40 graden. Op Lootens verzoek kreeg Van Os nog twee jaar de gelegenheid het orgel in goede staat te brengen. 
De eindkeuring werd uitgevoerd door Lootens, Joost Verschuere Ruynvaan (organist van de Jacobskerk), Antonie Allevoine (
organist in de Waalse Kerk te Middelburg) en de orgelmaker Johannes Mitterreither. Zij keurden het werk wel goed, maar pleitten voor vergroting. Dit werd niet gedaan en op 25 januari 1769 werd het Van Os-orgel dan toch eindelijk in gebruik genomen. Bijzonder aan dit instrument  was het derde klavier waarmee het mogelijk was het Hoofdwerk een octaaf hoger te laten klinken. Het was zonder meer een eigen vinding van Van Os. Door middel van een tweede ventielkast en een eigen toetsmechaniek konden de registers van het Hoofdwerk een octaaf hoger gespeeld worden op het tweede manuaal (het hoofdwerk werd bespeeld vanaf het eerste manuaal en het derde manuaal regeerde het Bovenwerk). De hoofdwerkwindlade werd daartoe met een extra hoogste octaaf uitgebreid, dat uiteraard alleen verbonden was met het tweede klavier. Deze 'uitvinding' zorgde echter wel voor grote technische problemen.

De oorspronkelijke dispositie van het voormalige Van Os-orgel (1769):

Hoofdwerk:
Prestant basc.
Prestant
Holpijp
Quintadeen
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Woudfluit
Tertz
Flageolet
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
1 3/5 voet
1 voet
II-IV sterk
VI sterk
8 voet

Bovenwerk:
Prestant disc.
Holpijp
Gemshoorn
Prestant
Gedekte Quint
Octaaf
Quint

Sexquialtra disc.
Vox Humana basc./disc


8 voet
8 voet
6 voet
4 voet
3 voet
2 voet
1 1/2 voet
II sterk
8 voet

Pedaal:
Bourdon
Prestant
Holpyp
Quint
Octaaf
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
6 voet
4 voet
8 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant op het Hoofdwerk
Tremulant op het Bovenwerk
 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c'
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = 440 Hz ?
Tractuur: mechanische sleepladen

In 1821 kreeg de Middelburgse orgelmaker Frederik van der Weele de opdracht om het orgel te verbeteren. Het bleek dat het instrument in een slechte toestand was opgeleverd. Zo waren de blaasbalgen dichtgestopt met bossen vlas. Van der Weele had ruim een half jaar nodig om het orgel in behoorlijke staat te brengen waarbij hij de windladen tot op het geraamte demonteerde en enkele dispositiewijzigingen aangebracht op het bovenwerk. Hier werden de Gemshoorn 6', Quint 3' en Quint 1 1/2' veranderd in respectievelijk een Gemshoorn 4', Gedekte Quint 3',  en Fluit 2'. In januari 1822 was het instrument gereed. Hierbij was ook de 'eigen vinding' van Van Os verwijderd.

De dispositie van het voormalige Van Os-orgel (1769) vanaf 1822:

Hoofdwerk:
Prestant basc.
Prestant
Holpijp
Quintadeen
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Woudfluit
Tertz
Flageolet
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
1 3/5 voet
1 voet
II-IV sterk
VI sterk
8 voet

Bovenwerk:
Prestant disc.
Holpijp
Prestant
Gemshoorn
Gedekte Quint
Octaaf
Fluit
Sexquialtra disc.
Vox Humana basc./disc


8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
II sterk
8 voet

Pedaal:
Bourdon
Prestant
Holpyp
Quint
Octaaf
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
6 voet
4 voet
8 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant op het Hoofdwerk
Tremulant op het Bovenwerk
 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c'
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = 440 Hz ?
Tractuur: mechanische sleepladen

De te geringe capaciteit van de windkanalen werd in 1842 werd door C.P. van Sprang hersteld. Daarnaast maakte hij ten koste van de Octaaf 2' de Prestant 8' van het bovenwerk volledig. Hij verving hier de Gemshoorn 4' door een Fluit Travers 8' en de Sesquialter voor een Dulciaan. Op het hoofdwerk breidde Van Sprang de Prestant 16' uit in de discant en verving de Terts door een Gemshoorn 4'.  Op het pedaal plaatste hij een Fagot 16' in plaats van de Quint 6'.

De dispositie van het voormalige Van Os-orgel (1769) vanaf 1842:

Hoofdwerk:
Prestant basc.
Prestant
Holpijp
Quintadeen
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Woudfluit
Tertz
Flageolet
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
1 3/5 voet
1 voet
II-IV sterk
VI sterk
8 voet

Bovenwerk:
Prestant
Holpijp
Flut Travers
Prestant
Gedekte Quint
Fluit
Dulciaan
Vox Humana basc./disc


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
3 voet
2 voet
8 voet
8 voet

Pedaal:
Bourdon
Prestant
Holpyp
Octaaf
Fagot
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
4 voet
16 voet
8 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant op het Hoofdwerk
Tremulant op het Bovenwerk
 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c'
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = 440 Hz ?
Tractuur: mechanische sleepladen

In 1875 bracht Van Sprang nieuwe klavieren aan, bracht een Gemshoorn 8' aan op het hoofdwerk, verving de Fluit Travers 8' op het bovenwerk door een Viola di Gamba 8' en voegde aan het pedaal een Prestant 16' toe.

De dispositie van het voormalige Van Os-orgel (1769) vanaf 1875:

Hoofdwerk:
Prestant basc.
Prestant
Holpijp
Quintadeen
Gemshoorn
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Woudfluit
Tertz
Flageolet
Mixtuur
Cornet disc.
Trompet basc./disc.


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
2 voet
1 3/5 voet
1 voet
II-IV sterk
VI sterk
8 voet

Bovenwerk:
Prestant
Holpijp
Viola di Gamba
Prestant
Gedekte Quint
Fluit
Dulciaan
Vox Humana basc./disc


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
3 voet
2 voet
8 voet
8 voet

Pedaal:
Prestant
Bourdon
Prestant
Holpyp
Octaaf
Fagot
Trompet


16 voet
16 voet
8 voet
8 voet
4 voet
16 voet
8 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant op het Hoofdwerk
Tremulant op het Bovenwerk
 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-c'
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = 440 Hz ?
Tractuur: mechanische sleepladen

Het van Os-orgel ging verloren bij de kerkbrand op 5 september 1911.


Schilderij van het orgel, zoals dat vermoedelijk voor de bouw is geschilderd als impressie van de nieuwe situatie.  Foto ©: Repro R. Rijken


Foto ©: De orgels van de St.-Jacobskerk te Vlissingen

Derde orgel
Na de herbouw van de Grote- of Sint Jacobskerk werd door de firma L. van Dam te Leeuwarden in 1916 een nieuw orgel geleverd. Het orgel bezat combinatieladen die van afzonderlijke ventielen voorzien en door middel van treden werden in- en uitgeschakeld. Het orgel had een mechanisch sleeplade systeem en een pneumatische verlichting van de tractuur. De dispositie was ontworpen door de organist van de kerk: de heer A.P. Varel.

De oorspronkelijke dispositie van het Van Dam-orgel (1916):

Hoofdwerk:
Prestant
Bourdon
Prestant
Roerfluit
Gemshoorn
Violon
Fluit Dolce

Octaaf'
Roerfluit
Combinatielade
Quint
Octaaf
Mixtuur
Cornet disc.
Basson
Trompet


16 voet
16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet

3 voet
2 voet
II-IV sterk
II sterk
16 voet
8 voet

Bovenwerk:
Bourdon
Holpijp
Salicionaal
Viola di Gamba
Aeoline
Melophone
Voix Celeste
Prestant
Flute Harmonique
Combinatielade:
Woudfluit
Cornet disc.
Clarinet
Vox Humana


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet

4 voet
IV sterk
8 voet
8 voet

Pedaal:
Prestant
Subbas
Octaaf
Gedekt
Cello
Combinatielade:
Octaaf
Bazuin
Trompet
Trompet


16 voet
16 voet
8 voet
8 voet
8 voet

4 voet
16 voet
8 voet
4 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Combinatietrede Hoofdwerk
Combinatietrede Bovenwerk
Combinatietrede Pedaal
Tremulant op het Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: Evenredig Zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen/pneumatische toetstractuur

Bij herstelwerkzaamheden in 1933 werden door de firma Flentrop belangrijke wijzigingen in de dispositie aangebracht. Onder invloed van een nieuwe stroming in de orgelbouw werden diverse typische romantische registers vervangen waardoor het instrument evenwichtiger van klank moest worden en niet "dik van toon" door de hoeveelheid aan achtvoets-registers. De Prestant 16' op het Hoofdwerk verdween, evenals de Fluit Dolce 8' en de samenstelling van de Cornet werd veranderd. Er werd een Sesquialter II sterk en een Blokfluit 2' toegevoegd. Op het Bovenwerk werden de Melophone 8', de Aeoline 8' en de Vox Humana 8' vervangen door respectievelijk een Prestant 8', Mixtuur II-IV sterk en een Hobo 8'. Verder werd de omvang van het pedaal uitgebreid tot f' en werden de zes grootste houten pijpen van de Prestant 16' van het Pedaal vervangen door exemplaren van zink.

De dispositie van het Van Dam-orgel (1916) vanaf 1933:

Hoofdwerk:
Bourdon
Prestant
Roerfluit
Gemshoorn
Violon

Octaaf'
Roerfluit
Combinatielade
Quint
Octaaf
Blokfluit
Mixtuur
Cornet disc.
Sesquialter
Basson
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet

3 voet
2 voet
2 voet
II-IV sterk
V sterk
II sterk
16 voet
8 voet

Bovenwerk:
Bourdon
Prestant
Holpijp
Salicionaal
Viola di Gamba
Voix Celeste
Prestant
Flute Harmonique
Combinatielade:
Woudfluit
Mixtuur
Cornet disc.
Clarinet
Vox Humana
Hobo


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet

4 voet
II-IV sterk
IV sterk
8 voet
8 voet
8 voet

Pedaal:
Prestant
Subbas
Octaaf
Gedekt
Cello
Combinatielade:
Octaaf
Bazuin
Trompet
Trompet


16 voet
16 voet
8 voet
8 voet
8 voet

4 voet
16 voet
8 voet
4 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Combinatietrede Hoofdwerk
Combinatietrede Bovenwerk
Combinatietrede Pedaal
Tremulant op het Bovenwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: Evenredig Zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen/pneumatische toetstractuur

In november 1944 raakte het Van Dam-orgel beschadigd door beschietingen op de kerk. Ook was het ernstig aangetast door vochtinwerking aangezien het dak van de kerk kapot geschoten was. De firma Flentrop deed het noodzakelijke herstelwerk.
Omdat herstelkosten van de schade van de Watersnoodramp van 1 februari 1953 op een kleine f50.0000,- werden geraamd werd in 1958 een nieuw orgel geadviseerd. Het is te betreuren dat een van de laatste grote 19e eeuwse orgels niet heeft weten te 'overleven'. Omstreeks 1965 werd het Van Dam-orgel afgebroken.


Ansichtkaart ©: Collectie R. Pannekoek

Huidig orgel
De Hervormde Gemeente Vlissingen besloot in de jaren '60 van de vorige eeuw om ter vervanging van het Van Dam-orgel uit 1916 een nieuw orgel te bouwen door de firma D.A. Flentrop te Zaandam. De bouw van het nieuwe drieklaviers Flentrop-orgel werd mede mogelijk gemaakt door een royale gift vanuit het Rampenfonds. Bij de bouw van het nieuwe orgel heeft men het (kleine) Marcussen-orgel uit 1940 van de Grundvigskirke in Kopenhagen als voorbeeld genomen. Dit was gebouwd naar het ontwerp van K. Klint.
Op 28 juni 1968 werd het nieuwe Flentrop-orgel in Vlissingen feestelijk in gebruik genomen.

De oorspronkelijke dispositie van het Flentrop-orgel (1968):

Hoofdwerk :
Prestant
Octaaf
Roerfluit
Octaaf
Spitsfluit
Octaaf
Mixtuur
Cymbel
Trompet
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
VI sterk
III sterk
16 voet
8 voet

Rugwerk:
Prestant
Quintadeen
Holpijp
Baarpijp
Octaaf
Roerfluit
Octaaf
Nasard
Mixtuur
Sesquialter
Dulciaan
Baarpijp


8 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
1 1/3 voet
IV-VI sterk
II sterk
16 voet
8 voet

Borstwerk:
Gedekt
Prestant
Gedekte fluit
Woudfluit
Sifflet
Scherp
Vox Humana


8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
1 voet
IV sterk
8 voet

Pedaal:
Prestant
Octaaf
Octaaf
Mixtuur
Bazuin
Trompet
Schalmey


16 voet
8 voet
4 voet
VI sterk
16 voet
8 voet
4 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk
Koppel Hoofdwerk-Borstwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Rugwerk
Tremulant op het Rugwerk en Borstwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g’’’
Pedaalomvang: C-f''
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen

In de periode 1999/2000 werd het orgel door Flentrop-orgelbouw helemaal gereinigd, het pijpwerk opnieuw geοntoneerd en de kas in rode kleurstelling geschilderd zodat het instrument nu een geheel vormt met het nieuwe kerkinterieur. Het blinderingssnijwerk rondom de frontpijpen werd vervangen. Ook verdween de Baarpijp 8' op het Rugwerk en verscheen hier voor in de plaats een Dulciaan 8'. Op 16 maart 2000 werd het gerestaureerde orgel opnieuw in gebruik genomen.

De dispositie van het Flentrop-orgel (1968) vanaf 2000:

Hoofdwerk :
Prestant
Octaaf
Roerfluit
Octaaf
Spitsfluit
Octaaf
Mixtuur
Cymbel
Trompet
Trompet


16 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
VI sterk
III sterk
16 voet
8 voet

Rugwerk:
Prestant
Quintadeen
Holpijp
Octaaf
Roerfluit
Octaaf
Nasard
Mixtuur
Sesquialter
Dulciaan
Dulciaan


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
1 1/3 voet
IV-VI sterk
II sterk
16 voet
8 voet

Borstwerk:
Gedekt
Prestant
Gedekte fluit
Woudfluit
Sifflet
Scherp
Vox Humana


8 voet
4 voet
4 voet
2 voet
1 voet
IV sterk
8 voet

Pedaal:
Prestant
Octaaf
Octaaf
Mixtuur
Bazuin
Trompet
Schalmey


16 voet
8 voet
4 voet
VI sterk
16 voet
8 voet
4 voet

Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk
Koppel Hoofdwerk-Borstwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Rugwerk
Tremulant op het Rugwerk en Borstwerk

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g’’’
Pedaalomvang: C-f''
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen


Situatie 1968-2000.
Foto ©: Collectie P. Sevestre

 
 

Zie pagina Discografie

 

Voormalig kabinet-orgel consistorie
Tot de Watersnoodraap van 1953 stond in de consistorie-kamer aan de zuidzijde van de St. Jacobskerk in Vlissingen, een kabinet-orgel van de orgelmaker en organist Van Sprang uit Vlissingen. Het had een aangehangen pedaal met de omvang van een octaaf.

De dispositie van het Van Sprang-orgel (19e eeuw)

Manuaal:
Holpijp
Viola - groot octaaf in Holpijp
Gedekte Fluit
Octaaf


8 voet
8 voet
4 voet
2 voet

Pedaal:
Aangehangen

 

 

 

Koororgel
In 1971 bouwde Slooff Orgelbouw te Ouderkerk aan de IJssel een nieuw orgel voor de Vredeskerk te Gouda.
Dit instrument werd begin 1998 verkocht aan de Grote- of Sint Jacobskerk te Vlissingen waarbij het door Nico Slooff van een nieuwe kas werd voorzien en en de dispositie en de intonatie gewijzigd. De Mixtuur moest tevens plaats maken voor een Nasard 2 2/3' Op 1 augustus 1998 vond de ingebruikname plaats. Het orgel is van een transpositieklavier voorzien.

De oorspronkelijke dispositie van het Slooff-orgel (1971):

Manuaal:
Gedekt basc./disc.
Prestant
Roerfluit basc./disc.
Nasard basc./disc.
Octaaf
Sesquialter


8 voet
4 voet
4 voet
2 2/3 voet
2 voet
II sterk

Pedaal:
Aangehangen

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d''
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 415/440/465 Hz (Transpositieklavier)

 

Zie pagina Discografie

Kistorgel
In 2004 kwam de Sint Jacobskerk in bezit van een kistorgel, gebouwd door de firma Klop te Garderen. De kas van het orgel is van kersenhout. Het transpositieklavier heeft boventoetsen van pruimenhout en ondertoetsen met ebbenhout beleg.
Het kistorgel wordt gebruikt bij de begeleiding van zanguitvoeringen en als solo-instrument bij concerten voor orgel en orkest.

De dispositie van het Klop-orgel (2004):

Manuaal:
Prestant (C-e transmissie Holpijp 8')
Holpijp basc./disc.
Roerfluit basc./disc.
Quint basc./disc.
Octaaf basc./disc.


8 voet
4 voet
4 voet
2 2/3 voet
2 voet

 

 

 

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g’’’
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 415/440/465 Hz
Transpositieklavier

 

 

Geraadpleegde Bronnen

Varel, H.C.A.
Orgels in de Provincie Zeeland. Twee Walcherse orgelmakers en de orgels in de Ned. herv. Kerk te Biggekerke
Niet uitgegeven (archief J.H. Kluiver)

Fidom, H (2006)
Orgels van de Wederopbouw, het orgel van de Nicolaikerk in Utrecht en andere orgels van na 1945
Zutphen, Uitgeverij Walburgpers, 2006

Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel I (Noord- en Zuid-Beveland), II (Walcheren)
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974

Sevestre, P. (2000)
De orgels van de St. Jacobskerk te Vlissingen
KNOV, 2000

Sevestre, P. (1996)
"Zeeland na 1953 pioniersgebied voor nieuwe orgelstijl" in Bulletin Stichting Oude Zeeuwse Kerkenn, nr. 37, 1996

Met dank aan
J. Vogel

 

- Terug naar de top van deze pagina -