Yerseke, (voormalig) Hervormde Kerk
Voormalig Hervormde Kerk - Markt

- Orgeloverzicht - Andere orgels in Yerseke

Kerkgebouw
De kerkpatroon van de in de 12de eeuw alhier gestichte parochie was de Heilige Odolphus. De huidige kerk is hetgeen resteert van een grote kerk, waarvan de toren in de 14de eeuw werd gebouwd. In de periode 1450-1500 kwamen een driebeukig schip, een dwarsbeuk en een koor met sacristie tot stand. Het schip ging in de loop van de 16de eeuw, mogelijk door brand of anders door plunderingen of inundaties, verloren.
De nadien los van de resterende kerk staande toren werd in 1821 wegens bouwvalligheid en instortingsgevaar afgebro­ken. Ter vervanging werd in 1824 een kleine klokkentoren op het dak van de kerk geplaatst. In 1887 werd een nieuwe, 51 meter hoge neogotische toren tegen de westwand van het transept gebouwd.
Het kerkgebouw werd in 1937 gerestaureerd.
Op de middag van 16 mei 1940 werden kerk en toren met een groot deel van het centrum van Yerseke verwoest door een artilleriebeschieting vanaf Franse oorlogsschepen op de Westerschelde die aldus trachtten de opmars van Duitse troepen te verhinderen. Na de Tweede Wereldoorlog werd een nieuwe kerk gebouwd.


Foto ©: Collectie Zeeuws Archief

Orgel
Of zich voor 1888 een orgel in de Hervormde kerk van Yerseke kerk heeft gestaan, is niet bekend. In ieder geval sinds de Reformatie in 1579 was er geen orgel meer in de kerk.
In 1888 werd de kerk voorzien van een tweedehands orgel. Dit was vermoedelijk in 1744 gebouwd voor de Rooms Katholieke schuilkerk aan de Leeuwenstraat in Rotterdam door orgelbouwer Jacob F. Moreau, waarbij hij waarschijnlijk delen van een ouder orgel gebruikte. Wie dat had gebouwd en van wanneer dat dateerde, is niet meer na te gaan. Verder wordt gemakshalve van het Moreau-orgel gesproken.
Nadat Johannes Mitterreither uit Leiden in 1779 een nieuw orgel voor de nieuwe kerk bouwde, plaatste hij het Moreau-orgel in de Rooms Katholieke statie van Zoeterwoude.

De dispositie van het Moreau-orgel (1744) met ouder materiaal vanaf1779:

Manuaal:
Prestant
Holpijp
Quintadeen
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Cornet disc.
Sesquialter
Mixtuur
Trompet bas/discant


8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
IV sterk
III sterk
III sterk
8 voet

 


 

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = ?
Tractuur: mechanische sleepladen

 

 

Aan het begin van de 19e eeuw werd het orgel regelmatig gestemd en vond af en toe groter onderhoud plaats als vervanging van het leer van de blaasbalgen.
In 1844 of begin 1845 werd het orgel door orgelbouwer L. van den Brink overgeplaatst naar de nieuwgebouwde Rooms Katholieke kerk van Zoeterwoude. Hierbij zijn mogelijk de Quintadena en Cornet vervangen door een Bourdon 16' disc. en Viola d Gamba 8'. Waarschijnlijk is toen ook de orgelkas verhoogd met een onderfront als sierfront en is een aangehangen pedaal toegevoegd.

De vermoedelijke dispositie van het Moreau-orgel (1744) met ouder materiaal vanaf ca.1845:

Manuaal:
Bourdon disc.
Prestant
Holpijp
Viola di Gamba
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Sesquialter
Mixtuur
Trompet bas/discant


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
III sterk
II-III sterk
8 voet

Pedaal:
Aangehangen


 

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-f
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = ?
Tractuur: mechanische sleepladen

 

 

In 1886 werd besloten een nieuw orgel te laten bouwen voor de Rooms Katholieke Kerk van Zoeterwoude door L. Ypma. Het oude Moreau-orgel werd door Ypma ingenomen en gerestaureerd.
Inmiddels was de Hervormde Gemeente van Yerseke op zoek naar een orgel voor een waardige begeleiding van de gemeentezang. Bij orgelmaker M. Maarschalkerweerd werd informatie ingewonnen over een tweeklaviers orgel met aangehangen pedaal uit de Sint Dominicus- of Broerenkerk in Nijmegen, dat echter vanwege de omvang niet in de Yersekese kerk paste en waarvan de aanschaf tevens boven het budget uitging.
Uiteindelijk werd het Moreau-orgel van de firma L. Ypma aangekocht, afkomstig uit de Rooms Katholieke Kerk van Zoeterwoude. In verband met het ontbreken van een tweede klavier werd een piano/forte-trede aangebracht. Verder werd de Bourdon 16' aangevuld in de baszijde en de frontpijpen vernieuwd. Na plaatsing door Johannes Hilboesen, meesterknecht van orgelbouwer Ypma, werd het orgel op zondag 30 april 1888 in gebruik genomen, waarbij Johan A.Ch. Nonhebel (1865-1933) het instrument bespeelde en tevens zangvereniging 'Excelsior' van zich liet horen. Nonhebel  werd voor een bedrag van f150,- per jaar benoemd als organist. Hij moest zelf de orgelpomper financieren. Naar aanleiding van de ingebruikname berichtte de Iersekesche en Thoolsche Courant van 6 oktober 1888 "Het orgel zal goed voldoen en de organist ook."

De vermoedelijke dispositie van het Moreau-orgel (1744) met ouder materiaal vanaf 1888:

Manuaal:
Bourdon
Prestant
Holpijp
Viola di Gamba
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Sesquialter
Mixtuur
Trompet bas/discant


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
III sterk
II-III sterk
8 voet

 


 

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant
Piano/forte-trede

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-f
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = ?
Tractuur: mechanische sleepladen

 

 

In 1895 werd door Hilboesen de pedaalomvang vergroot tot d'.
In de loop van de jaren is het orgel in onderhoud geweest bij J. Hilboesen, J.M.H. Giessen uit Goes en de N.V. Orgelfabriek P. Van Dam (kort daarna onderdeel uitmakend in de firma A.S.J. Dekker uit Goes).
In 1929 werd het orgel gerestaureerd door de firma Valckx & Van Kouteren uit Rotterdam. Pijpwerk en windladen werden gerestaureerd, de Trompet en Tremulant werden vervangen en al het pijpwerk werd (opnieuw) geïntoneerd. De in de loop der jaren wit geschilderde orgelkas kreeg weer haar eiken kleur. Ook werden nieuwe ornamenten op de torens geplaatst en mogelijk geschilderde zijvleugels tegen de zijkanten van de onderkas aangebracht. Na keuring door voormalig organist J.J.A. Sandee werd het orgel op 27 juli 1929 in gebruik genomen.

De vermoedelijke dispositie van het Moreau-orgel (1744) met ouder materiaal vanaf 1929:

Manuaal:
Bourdon
Prestant
Holpijp
Viola di Gamba
Octaaf
Fluit
Quint
Superoctaaf
Sesquialter
Mixtuur
Echotrompet bas/discant


16 voet
8 voet
8 voet
8 voet
4 voet
4 voet
3 voet
2 voet
III sterk
II-III sterk
8 voet

 


 

 

Werktuiglijke registers:
Tremulant
Piano/forte-trede

 

Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: ?
Toonhoogte: a’ = ?
Tractuur: mechanische sleepladen

 

 

In 1935 werd het pedaalklavier door Valkx & Van Kouteren vervangen.
L. Eversdijk uit Goes leverde in maart 1940 een elektrische windvoorziening voor f245,-. Voor de plaatsing rekende hij f24,69.
Op 16 mei 1940 is de Hervormde Kerk van Yerseke met het Moreau-orgel verwoest tijdens beschietingen, waarbij de kerk en orgel 's middags in vlammen opgingen.


Situatie tot 1929. Foto ©: Collectie J. Eckhardt.                                           Situatie vanaf 1929. Foto ©: Collectie P. Sevestre


Situatie tot 1929. Foto ©: Collectie J. Eckhardt.            

 

Geraadpleegde literatuur

Broekhuizen Senior, George Hendricus (ca. 1850-1862)
Orgelbeschrijvingen
Amsterdam, Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis (1986)

Eckhardt, J., Timmer, V. (2009)
Aan de overs van de Oosterschelde. Over een verloren gegaan Moreau-orgel en een orgeltocht op Tholen in 1908 in Uitgave van de Stichting tot behoud van het Nederlandse Orgel, Publicatie nr. 71, juli 2009
Elburg, Stichting tot behoud van het Nederlandse Orgel (2009)

Archief P. Sevestre

 

Met dank aan

O. Dijkhuizen

Zeeuws Archief

 

- Terug naar de top van deze pagina -